Fitness & Training

Negentig minuten krachttraining per week is genoeg

· 6 min leestijd

Veel sporters gaan er stilzwijgend van uit dat meer altijd beter is. Meer sets, meer sessies, meer uren in de sportschool. Een grote Harvard-studie en een compleet herziene internationale richtlijn zetten daar deze zomer allebei vraagtekens bij. De uitkomst is verrassend concreet: negentig tot honderdtwintig minuten krachttraining per week levert al het meeste gezondheidsvoordeel op, en trainen boven die grens voegt weinig meer toe.

Dat is goed nieuws voor iedereen die krachttraining altijd heeft uitgesteld omdat het te veel tijd zou kosten. Het is minder goed nieuws voor wie ervan overtuigd was dat vijf keer per week de sportschool in moeten de enige weg naar resultaat is.

Wat de Harvard-studie precies mat

Onderzoekers van de Harvard T.H. Chan School of Public Health volgden 147.374 volwassenen uit drie grote Amerikaanse cohorten tot dertig jaar lang. De resultaten verschenen in juni in het British Journal of Sports Medicine. Deelnemers die negentig tot honderdnegentien minuten per week aan krachttraining deden, hadden een 13 procent lagere kans om aan wat dan ook te overlijden dan mensen die helemaal niet aan krachttraining deden. Voor hart- en vaatziekten liep dat op tot 19 procent, en voor neurologische aandoeningen zoals Alzheimer en Parkinson zelfs tot 27 procent.

Boven de honderdtwintig minuten per week vlakte de winst af. Wie meer trainde, leefde volgens de cijfers niet aantoonbaar langer dan wie bij die anderhalf tot twee uur bleef. De combinatie met cardio werkte wel duidelijk versterkend: wie zowel voldoende aerobe activiteit als krachttraining deed, had een risico dat 45 procent lager lag dan bij mensen die geen van beide deden.

Waarom meer trainen niet automatisch beter is

Dat klinkt misschien tegenstrijdig met alles wat je op sociale media voorbij ziet komen, maar het sluit aan bij wat we al wisten over herstel. Je spieren en zenuwstelsel hebben tijd nodig om zich aan te passen aan een training, en dat proces loopt niet sneller als je vaker traint dan je lichaam aankan. Je rusthartslag verraadt vaak al of je te veel traint, en overbelasting drukt op precies de aanpassingen die je juist probeert te forceren.

Met andere woorden: de extra minuten die je erbovenop stapelt, gaan niet alleen verloren, ze kunnen zelfs tegen je werken als je hersteltijd erbij inschiet.

De internationale richtlijn zegt hetzelfde

Toevallig, of misschien niet, kwam het American College of Sports Medicine dit jaar met de eerste herziening van zijn krachttrainingsrichtlijn in zeventien jaar. De vorige versie uit 2009 stond bekend om strenge regels over periodisering, specifieke apparatuur en exacte tijd onder spanning. De nieuwe richtlijn, gebaseerd op een overzicht van 137 systematische reviews met ruim 30.000 deelnemers, gooit een groot deel van die regels overboord.

De belangrijkste conclusie: train de grote spiergroepen minimaal twee keer per week, en houd dat maandenlang vol. Of je dat doet met een halterset, een weerstandsband of alleen je eigen lichaamsgewicht maakt volgens de onderzoekers nauwelijks verschil. Complexe schema's met periodisering scoorden in de analyse niet beter dan simpele, consistente routines.

Kracht opbouwen is iets anders dan spieren opbouwen

De richtlijn maakt wel onderscheid tussen puur sterker worden en spiermassa opbouwen. Voor kracht volstaat een gewicht van minstens 80 procent van je maximale herhaling, twee tot drie sets per oefening, minimaal twee keer per week. Voor spieropbouw ligt dat net anders: daar telt vooral het totale aantal sets per spiergroep per week, met een richtlijn van ongeveer tien sets, en werkt een breed scala aan gewichten prima zolang je dicht bij het punt van falen traint.

Dat laatste is meteen een van de grotere verrassingen uit de analyse. Trainen tot volledige spierfalen bleek in de meeste onderzoeken geen meetbaar voordeel op te leveren ten opzichte van net daaronder stoppen. Hetzelfde gold voor het type apparatuur: een kabelmachine, een halterset of elastieken leverden vergelijkbare resultaten op, zolang de spier maar genoeg belasting kreeg.

Waarom dit relevant is voor Nederland

Uit cijfers van het RIVM blijkt al langer dat een groot deel van de Nederlandse 60-plussers de beweegrichtlijnen voor spier- en botversterkende activiteiten niet haalt, terwijl juist die groep het meeste gezondheidsvoordeel zou kunnen behalen. Botdichtheid, spiermassa en balans nemen na het vijftigste levensjaar geleidelijk af, en krachttraining is een van de weinige interventies die dat proces aantoonbaar afremt. De nieuwe cijfers laten zien dat de instapdrempel lager is dan gedacht: je hoeft er geen dagtaak van te maken om er iets aan te hebben.

Wat dit betekent voor je eigen schema

Voor de meeste mensen komt het neer op twee tot drie trainingen per week van veertig tot vijfenveertig minuten, waarbij je de grote spiergroepen raakt en de laatste herhalingen van elke set voelbaar zwaar zijn. Je hoeft niet tot volledige uitputting te gaan: net zoals bij cardiotraining blijkt intensiteit minder allesbepalend dan lang werd gedacht, is ook bij krachttraining consistente inspanning belangrijker dan elke set tot het uiterste doorzetten.

Herstel tussen de sessies blijft daarbij net zo belangrijk als de training zelf. Hoe je effectief herstelt na een workout bepaalt voor een groot deel of die twee of drie sessies per week ook echt hun werk doen.

Dit is het enige dat je vanaf nu anders kunt doen

Je hoeft je schema niet weg te gooien als het al werkt, maar als schuldgevoel de reden is waarom je nooit aan krachttraining begint, valt die drempel nu grotendeels weg. Twee sessies van drie kwartier per week, gericht op de grote spiergroepen en met genoeg inspanning om het te voelen, is volgens zowel de dertig jaar durende Harvard-data als de nieuwe internationale richtlijn al genoeg om het verschil te maken. De rest is bonus, geen voorwaarde.

T
Geschreven door Twan Hermans Sport schrijver

Twan is sportfysiotherapeut die vindt dat de meeste mensen niet harder hoeven te trainen maar slimmer. Hij schrijft over sport en prestatie met de ervaring van iemand die dagelijks ziet wat er gebeurt als je je lichaam negeert. Zijn artikelen zijn geen belerende preek maar een eerlijk gesprek over wat je kunt doen om beter te bewegen, minder pijn te hebben en langer actief te blijven. Hij is de eerste om toe te geven dat zijn eigen houding achter een bureau ook niet perfect is, en vindt dat die eerlijkheid zijn advies sterker maakt.